Home   /   Keuringseisen gezichtsvermogen   /   Bijscholing   /   Presentaties & artikelen  /   Werkgroepleden  /   Links  /   Contact

Keuringseisen gezichtsvermogen

 

Defensie:  KLu & KM: Luchtvarenden CLASS.3

 

(pagina als printbare pdf)

Eisen

Visus

Met correctie, indien noodzakelijk:
  • Elk oog afzonderlijk:  ≥ 1,0
  • Beide ogen: ≥ 1,0

Er dient gebruik gemaakt te worden van Snellen kaarten (of equivalent).
Als klinisch bewijs laat zien dat Snellen niet geschikt is, dan kan Landolt 'C' gebruikt worden.

Visus zonder correctie

 

Brekings- en correctieafwijkingen

Brekingsafwijkingen worden gedefinieerd als de afwijking van emmetropie gemeten in dioptrieën in de meest ametropische meridiaan.

Eisen initiële keuring:

  • tot + 5,0 /-6,0 D brekingsafwijking kan als geschikt worden beschouwd, indien: 
    • geen significante pathologie
    • optimale correctie is overwogen
    • elke 5 jaar wordt er een heronderzoek uitgevoerd
  • ≤  2,0 D astigmatisme
  • ≤  2,0 D anisometropie
Eisen verlengings- en herkeuringen:
  • tot +5/-6 D brekingsafwijking. 
    Bij een myopische brekingsafwijking groter dan -6 D kan een geschiktheidbeoordeling worden overwogen, indien:
    • geen significante pathologie
    • optimale correctie is overwogen
    • 2-jaarlijks heronderzoek wordt uitgevoerd (jaarlijks als de kandidaat ouder is dan 40 jaar).
  • Bij astigmatisme >2D kan een geschiktheidbeoordeling worden overwogen indien het oogheelkundig rapport hier aanleiding toe geeft
  • ≤  3 D anisometropie.

Bij een grote myopische correctie (meer dan -6D) moet gebruik gemaakt worden van contactlenzen of brillenglazen met een hoge brekingsindex.

Dichtbij zien / middelange afstand zien

Met correctie, indien noodzakelijk, moeten de volgende kaarten kunnen worden gelezen:
  • Perinaud 2 kaart, N5 (of equivalent) op 30-50 cm.  
  • Perinaud 6 kaart, N14 (of equivalent) op 100 cm
Visus nabij en middellange afstand, met of zonder correctie: ≥ 0,5

Uitwendig onderzoek

  • Abnormale convergentie leidt tot ongeschiktheid
    Een convergentie buiten het normale bereik kan acceptabel zijn, indien het niet het nabije zien (30-50 cm) en het middelange zien (100 cm) beïnvloed, met of zonder correctie.
  • Geen diplopie
  • Heteroforie metingen identificeren significante afwijkingen in de oculaire spierbalans.  Hiervoor zou een TNO test gebruikt kunnen worden.  Echter, een afwijkend resultaat leidt niet noodzakelijk tot afkeuring.
  • Met de normale correctie, indien voorgeschreven:
      op 33 cm op 6 m
    hyperforie ≤ 1,0 prisma D ≤ 2,0 prisma D
    esoforie ≤ 8,0 prisma D ≤ 10,0 prisma D
    exoforie ≤ 12,0 prisma D ≤ 8,0 prisma D
    , tenzij de fusiebreedtereserves voldoende zijn om asthenopie en diplopie te voorkomen.  Boven 12 prisma D exoforie, zal de fusiebreedtereserve door een oogarts onderzocht moeten worden. 

Stereoscopisch zien

  • Normaal ( > 60" )

Kleuren zien

Normaal kleurenzien is verplicht en is gedefinieerd als het succesvol uitvoeren van de Ishihara en de HRR test, of een normale trichromaat zijn op een anomaloscoop.

De Ishihara test is succesvol uitgevoerd, indien opeenvolgende platen correct wordt geïdentificeerd zoals beschreven in de Ishihara gebruikershandleiding.

Indien de Ishihara of de HRR test niet succesvol wordt uitgevoerd, dan dient de kandidaat verder te worden onderzocht met anomaloscopie  (Nagel of equivalent).

Gezichtsvelden

  • Binoculair: normaal. 

Donkeradaptatie

 

Overig

  • Geen afwijkingen van de normale functie van de ogen of adnexa.  Geen actieve pathologische aandoening, aangeboren of verworven, acuut of chronisch, of enige complicatie ten gevolge van oogchirurgie of trauma, welke het veilig uitoefenen van de functie in gevaar kan brengen.
  • Keratoconus leidt tot afkeuring.  
    Bij een verlengings- of herkeuring kan een geschiktheidbeoordeling worden overwogen na diagnose van keratoconus, indien:
    • met corrigerende lenzen aan de visuele eisen wordt voldaan
    • periodiek heronderzoek wordt uitgevoerd (te bepalen door de AMS)
  • Bij de initiële keuring, functioneel significante afwijkingen in the binoculaire zien van de kandidaat met betrekking tot de werkomgeving leidt tot ongeschiktheid. 
    Indien het centrale zicht in één oog niet aan de eisen voldoet, kan een geschiktheidbeoordeling worden overwogen voor class 3 recertificatie, indien:
    • binoculaire gezichtsveld normaal is
    • onderliggende pathologie acceptabel is
  • Bij de initiële keuring: geen eenogigheid.
    Bij verlengings- en herkeuringen kan een geschiktheidbeoordeling worden overwogen, indien:
    • oogheelkundig onderzoek hier aanleiding toe geeft
    • de kandidaat veilig zijn functie kan uitoefenen (te verifiëren door middel van een functionele test in de juiste werkomgeving).
  • Refractieve chirurgie leidt tot ongeschiktheid. 
    Echter, een geschiktheidbeoordeling kan worden overwogen, indien:
    • pre-operatieve refractie: tot +5 / -5,5  D
    • pre-operatieve refractie: ≤  3,0 D astigmatisme
    • de kandidaat was tenminste 21 jaar oud tijdens de operatie
    • stabiele refractie gedurende de laatste 12 maanden (maximaal 0,5 D afname)
    • geen significante pathologie
    • dagelijkse schommeling: < 0,75 D
    • geen postoperatieve complicaties zoals de aanwezigheid van een waas ("haze")
    • verblindingsgevoeligheid ("glare") binnen normale grenzen
    • mesopische contrastgevoeligheid niet nadelig is beïnvloed
  • Andere oogheelkundige operaties leidt tot ongeschiktheid.  Echter:
    •  Bij een cataractoperatie kan 2 maanden na de operatie een geschiktheidbeoordeling worden overwogen, indien de visuele eisen worden gehaald met contact lenzen of intra-oculaire lenzen (monofocaal en niet-getint)
    • Bij een retinale chirurgie kan 6 maanden na een succesvolle operatie een geschiktheidbeoordeling worden overwogen bij een verlengings- of herkeuring.  Een geschiktheidbeoordeling kan worden overwogen na retinale laser therapie.  De kandidaat moet jaarlijks worden heronderzocht.
    • Bij glaucoom chirurgie kan 6 maanden na een succesvolle operatie een geschiktheidbeoordeling worden overwogen.  De kandidaat moet elk half jaar worden heronderzocht.
    • Bij chirurgie aan de extra-oculaire spieren kan minimaal 6 maanden na de operatie een geschiktheidbeoordeling worden overwogen.

Opmerkingen

  • CLASS.3 functie-omschrijving: Luchtverkeersleiding, gevechtleiding, etc.
  • AMS = 'Aeromedical Specialist'
  • Initiële- en uitgebreide oogheelkundige keuring omvat: 
    • voorgeschiedenis
    • visus (nabij, middellange afstand, veraf): ongecorrigeerd; met beste optische correctie indien nodig.
    • objectieve refractie.  Hypermetrope kandidaten jonger dan 25 jaar met cycloplegie
    • oogbewegelijkheid en binoculaire zicht
    • kleurenzien
    • gezichtsveld
    • tonometrie bij de initiële keuring, op klinische indicatie en bij een leeftijd van meer dan 40 jaar
    • binoculair dieptezien
    • onderzoek van het uitwendige oog, anatomie, media (spleetlamp) en funduscopie.
    • onderzoek van contrastgevoeligheid en verblindingsgevoeligheid ('glare sensitivity') na refractieve chirurgie en op klinische aanwijzing
  • Een routine oogonderzoek moet deel uitmaken van alle verlengings- en herkeuringen en omvat:
    • voorgeschiedenis  
    • visus (nabij, middellange afstand, veraf): ongecorrigeerd; met beste optische correctie indien nodig. 
    • morfologie door oftalmoscopie 
    • nader onderzoek op klinische indicatie
    • onderzoek naar mogelijke pathologie
  • Indien er bij verlengings- en herkeuringen significante veranderingen in de functionele prestaties zijn, of de keuringseisen kunnen alleen worden gehaald met behulp van een correctie, dan omvat het onderzoek (indien er na dit onderzoek enig twijfel bestaat over de gezondheid van de ogen, zal verder oogheelkundig onderzoek vereist zijn) : 
    • voorgeschiedenis
    • visus (nabij, middellange afstand, veraf): ongecorrigeerd; met beste optische correctie indien nodig.
    • refractie
    • oogbewegelijkheid en binoculaire zicht
    • gezichtsveld
    • kleurenzien (HRR test)
    • tonometrie, bij een leeftijd van meer dan 40 jaar
    • onderzoek van het uitwendige oog, anatomie, media (spleetlamp) en funduscopie.
  • Kandidaten ouder dan 40 jaar moeten tweejaarlijks onderzocht worden met tonometrie
  • De ontwikkeling van presbyopie moet worden gevolgd bij alle verlengings- en herkeuringen. 
  • Indien alleen onder gebruikmaking van een correctie aan de visuele eisen kan worden voldaan, dan moet de bril of contactlenzen een optimale visuele functie verschaffen en geschikt zijn voor luchtverkeersleidingdoeleinden.  
  • Voor visuele eisen op alle afstanden mag maar één enkele bril (of contactlenzen) worden gebruikt.
  • Contactlenzen moeten monofocaal zijn, niet getint, en niet orthokeratologisch.
  • Monovision contactlenzen mogen niet worden gebruikt.
  • Tijdens de beroepsuitoefening moet een vergelijkbare reserve bril beschikbaar zijn.

 NOG versie: Jan 2011
Gebaseerd op document: "MAR-FCL3", Flight Crew Licensing (Medical), version 2.0.0, 1-9-2009.