Home   /   Keuringseisen gezichtsvermogen   /   Bijscholing   /   Presentaties & artikelen  /   Werkgroepleden  /   Links  /   Contact

Keuringseisen gezichtsvermogen

 

Rijbewijzen:  Europese richtlijnen

 

(pagina als printbare pdf)

Eisen

Visus

Groep 1:
  • Beide ogen tezamen:  ≥ 0,5

  

Groep 2:
  • Beste oog :  ≥ 0,8
  • Minste oog:  ≥ 0,1

Visus zonder correctie

 

Brekings- en correctieafwijkingen

Groep 2:

   Indien een correctie nodig is om aan de visuseisen te voldoen, dan:

  • Brillenglazen 8 D of contactlenzen
  • Correctie moet goed worden verdragen

Dichtbij zien

 

Uitwendig onderzoek

 Groep 2: Geen diplopie

Stereoscopisch zien

 

Kleuren zien

 

Gezichtsvelden

Groep 1:
  • horizontaal:  ≥ 120°
  • links: ≥ 50°
  • rechts: ≥ 50°
  • boven: ≥ 20°
  • onder: ≥ 20°
  • Binnen een straal van 20° vanuit het centrum geen defecten

 

Groep 2:
  • horizontaal:  ≥ 160°
  • links: ≥ 70°
  • rechts: ≥ 70°
  • boven: ≥ 30°
  • onder: ≥ 30°
  • Binnen een straal van 30° vanuit het centrum geen defecten

 

Donkeradaptatie

 

Overig

Groep 1:
  • Bij eenogigheid (ook bij onderdrukking van één oog door bijv. diplopie) zal:
    • het ene oog een visus van 0,5 moeten halen
    • het ene oog aan de gezichtsveldeisen moeten voldoen
    • een bevoegde medische instantie en rijdeskundige dienen te verklaren dat de betrokkene zich heeft aangepast aan het monoculaire zien.

Merk op dat tijdens een passende aanpassingsperiode (bijv. 6 maanden) na het ontstaan van de eenogigheid geen motorvoertuig mag worden bestuurd.

 

Groep 2:

  • Geen verminderde contrastgevoeligheid
  • Na een substantiële terugval van het gezichtsvermogen van één oog moet een passende aanpassingsperiode (bijv. 6 maanden) in acht worden genomen tijdens dewelke geen motorvoertuig mag worden bestuurd. Na die periode mag slechts opnieuw een motorvoertuig worden bestuurd na gunstig advies van gezichts- en rijdeskundigen.

Opmerkingen

Groep 1: Categorie A, B, B+E en subcategorieën A1 en B1.
Groep 2: Categorie C, C+E, D, D+E, en
              subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E en
              mogelijk B bij beroepsuitoefening (taxi's, etc.)
 
  • Dit zijn minimumnormen in Europees verband. De feitelijke Nederlandse eisen zijn strenger en uitgebreider (zie groep 1 en groep 2).
  • Bij twijfel over een adequaat gezichtsvermogen van een keurling  →  onderzoek naar in het bijzonder visus, gezichtsveld, schemerzien, de licht- en contrastgevoeligheid, diplopie en andere visuele functies die essentieel zijn voor de veilige besturing van een motorvoertuig.

 

Groep 1

  • Indien een progressieve oogziekte wordt ontdekt of gemeld, kan het rijbewijs worden afgegeven of verlengd mits de aanvrager zich periodiek door een bevoegde medische instantie laat onderzoeken.
  • Als niet aan de visus- of gezichtsveldeisen voldaan wordt, kan in  „uitzonderlijke omstandigheden” een rijbewijs worden afgegeven, indien:
    • geen andere beschadigingen van de visuele functies, zoals lichtschitteringen (glare), contrastgevoeligheid of een te beperkt gezichtsvermogen bij schemerlicht
    • met goed gevolg een door een bevoegde instantie georganiseerde praktijktest is afgelegd.

NOG versie: Jan 2011 / Jan 2010
Gebaseerd op document: "Councel Directive of 29 July 1991 on driving licenses", (91/439/EEC), inclusief amendementen tot en met 25 aug 2009, zie brondocument