|
(pagina
als printbare pdf)
|
Eisen
|
Visus
|
- Beide ogen tezamen: ≥ 0,5
- Bij éénogigheid of wanneer
bij diplopie maar één oog gebruikt wordt,
dan geldt voor het functionerende oog: ≥ 0,5
(zie ook overig)
- In uitzonderlijke omstandigheden kan een visus tussen 0,4
en 0,5 ook tot geschiktheid leiden. Voorwaarden hierbij
zijn:
- geen andere visuele functiestoornissen
- positief advies van oogarts
- positieve rijtest
- Een monoculair bioptisch
telescoopsysteem kan onder strikte
voorwaarden worden gebruikt om de visus van 0,5 te bereiken (zie opmerkingen).
|
Visus zonder correctie
|
|
Brekings- en correctieafwijkingen
|
Geen eisen. |
Dichtbij zien
|
|
Uitwendig onderzoek
|
Geen storende diplopie.
Bij het afdekken van één oog, zie ook visus en
overig. |
Stereoscopisch zien
|
|
Kleuren zien
|
Geen eisen.
|
Gezichtsvelden
|
- horizontaal: ≥ 120°
- links: ≥ 50°
- rechts: ≥ 50°
- boven: ≥ 20°
- onder: ≥ 20°
- Binnen een straal van 20° vanuit het centrum geen defecten
In uitzonderlijke omstandigheden kunnen personen die
niet voldoen aan bovenstaande eisen, zoals bij scotomen, kwandrantenopsie of
homonyme hemianopsie, geschikt worden verklaard. Voorwaarden zijn:
- afwezigheid van ander visuele functiestoornissen
- positief advies van oogarts
- positieve rijtest
- horizontaal: ≥ 90°
|
Donkeradaptatie
|
Min of meer ongestoord.
Bij twijfel → nader onderzoek met een adaptometer.
- Eis: ≤ 1 logeenheid afwijking
Indien de afwijking groter is dan 1 logeenheid, dan kan de persoon
geschikt worden verklaard met de beperking tot rijden bij daglicht (vanaf
één uur na zonsopgang tot één uur voor zonsondergang)
De beoordeling kan voorts ondersteund worden
door een rijtest.
|
Overig
|
- Geen plotselinge éénogigheid (incl.
storende diplopie waarbij 1 oog is
afgedekt). Geschiktheid kan weer van toepassing zijn, indien:
- aanpassingeperiode: ≥ 3 maanden
- positief advies van oogarts
- Contrastgevoeligheid: geen eisen
|
Opmerkingen
|
- Indien de keurend arts belangrijke afwijkingen vindt,
is aanvullend onderzoek door een oogarts noodzakelijk in verband met een
eventuele beperking in de geschiktheidstermijn.
- Beperking van geschiktheidstermijn is mogelijk bij progressieve
oogaandoeningen, zoals:
- Cataract
- Glaucoom met gezichtsveldbeperking
- Degeneratieve en vasculaire netvliesaandoeningen
- Progressief lijden van de nervus opticus
Voor de beoordeling is een
rapport van een oogarts vereist.
- Intra-oculaire lenzen zijn toegestaan indien er
zich geen problemen voordoen zoals
diplopie, storende mediatroebelingen of hinderlijke
strooilichteffecten.
- De voorwaarden voor het gebruik van een monoculair bioptisch
telescoopsysteem voor een rijbewijs van de categorie B zijn:
- (Gecorrigeerde) visus beide ogen tezamen: ≥ 0,16
- Visus door telescoop: ≥ 0,5
- De persoon is niet het gezichtsvermogen in één oog volledig
kwijtgeraakt of gebruikt slechts één oog.
- Er zijn geen andere hinderlijke oogheelkundige afwijkingen met
betrekking tot verkeersdeelname.
Een rapport van een door het CBR aangewezen
oogarts is vereist. Het rapport moet ingaan op oorzaak, prognose
en stabiliteit van de lage visus en bevat een advies aan het
CBR over de geschiktheidstermijn, welke maximaal vijf jaar is.
De geschiktheid wordt bepaald in een speciale
CBR rijtest. Men komt hiervoor alleen in aanmerking als men
aantoonbaar voldoende training heeft gehad bij een door het CBR erkend
trainingscentrum voor autorijden met een bioptisch telescoopsysteem. Na een positieve rijtest kan men slechts geschikt worden verklaard met
de volgende beperkingen:
- rijden bij daglicht (vanaf één uur na zonsopgang tot
één uur
voor zonsondergang)
- privé gebruik, en
- voertuigen met een automatische schakeling
- Informatie over diabetes:
Informatie over de keuringseisen omtrent diabetes mellitus is te vinden in
sectie 5.2 (pag. 34/35) van het
CBR
brondocument.
|